...
Kosten

Betonvloer storten na sloop: kosten en vloerverwarming

26 mei 2026 12 min lezen Laatst geverifieerd 3 juni 2026
Tekst:

Wat je betaalt voor een nieuwe betonvloer

Voor het storten van een nieuwe betonvloer reken je op € 45 tot € 90 per m², exclusief sloop van de oude vloer. Wat je precies betaalt hangt af van de dikte, de wapening, de ondergrond en of er vloerverwarming in moet. Een kale betonplaat zonder extra’s zit aan de onderkant. Een vloer met wapening, PE-folie, isolatie én vloerverwarmingsleidingen zit al snel richting de bovengrens of daarboven.

Voor 100 m² betekent dat een totaalbedrag van ruwweg € 4.500 tot € 9.000 voor het storten zelf. Tel daar de sloopkosten bij op als de oude vloer nog weg moet, en eventueel de kosten voor het inregelen van het vloerverwarmingssysteem.

Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste kostenposten naast elkaar.

Onderdeel Prijsrange per m² Opmerking
Betonvloer storten (kaal) € 45 – € 70 Zonder isolatie of wapening
Wapening (staalmat) € 8 – € 15 Verplicht bij grotere oppervlakken
Isolatieplaten (EPS/PUR) € 10 – € 25 Dikte bepaalt de Rc-waarde
Vloerverwarmingsleidingen € 15 – € 30 Exclusief verdeler en aansluiting
Sloop oude betonvloer € 45 – € 80 Zie ook: wat kost een betonvloer slopen
Close-up van gesloopte betonvloer met gebroken betonbrokken en blootliggende wapeningsstaal, typisch bij betonvloer storten
Bij het storten van een nieuwe betonvloer na sloop moet je rekenen op € 45 tot € 90 per m².

Sloop eerst, dan storten: de volgorde die je niet wilt omdraaien

Voordat een nieuwe betonvloer gestort kan worden, moet de oude vloer weg. Dat klinkt logisch, maar in de praktijk onderschatten mensen hoe zwaar dat werk is. Een betonvloer uit een naoorlogse woning is gemiddeld 12 cm dik. Moderne vloeren zitten rond de 15 cm. Jaren-30 woningen hebben vaak dunnere vloeren van ongeveer 8 cm, maar die zijn regelmatig gewapend of zitten op een moeilijk bereikbare puinlaag.

Wat dat concreet betekent: per m² betonvloer komt zo’n 180 kg puin vrij. Voor een woonkamer van 30 m² is dat al bijna 5.500 kg aan materiaal dat afgevoerd moet worden. Puinafvoer is dan ook een serieuze kostenpost die je vooraf moet meenemen in je begroting.

Wil je weten wat de sloopfase precies kost en hoe die stap voor stap verloopt? Lees dan het stappenplan voor het verwijderen van een betonvloer.

Vloerverwarming in een betonvloer: hoe het werkt

Vloerverwarming in beton is de meest duurzame en efficiënte manier om het systeem aan te leggen. De leidingen worden vastgezet op de isolatielaag of op de wapening, waarna het beton erover gestort wordt. Ze liggen dan volledig ingegoten, beschermd en onzichtbaar.

De minimale dikte van de betonlaag boven de leidingen is doorgaans 5 cm. De totale opbouw (isolatie plus beton) komt daarmee al snel op 15 tot 20 cm. Dat heeft gevolgen voor de vloerhoogte in de ruimte: deuren, kozijnen en aansluitende vloeren moeten daarop worden afgestemd.

Een klassieke valkuil: de isolatielaag te dun nemen om ruimtehoogte te sparen. Dat kost je op de lange termijn meer energie dan je met die dunne opbouw bespaart. Volgens het Bouwbesluit 2012[1] geldt voor vloerisolatie in woongebouwen een minimale Rc-waarde van 3,5 m²K/W. Dat komt neer op ongeveer 10 tot 14 cm EPS of 6 tot 8 cm PUR. De ISSO-publicaties[2] (met name ISSO 49 over vloerverwarming) geven verdere richtlijnen voor de dimensionering van het systeem.

Betonvloer storten met vloerverwarming: oranje verwarmingsleidingen op isolatiepanelen
Vloerverwarming is een populaire toevoeging bij het storten van een nieuwe betonvloer en verhoogt de totaalkosten.

Wat kost 100 m² vloerverwarming aanleggen?

Voor het aanleggen van vloerverwarmingsleidingen in een betonvloer van 100 m² reken je op € 1.500 tot € 3.000 voor de leidingen en het vastzetwerk. Dat is exclusief de verdeler, de aansluiting op de cv-installatie en eventueel benodigde regelapparatuur.

De volledige installatie (leidingen, verdeler, aansluiting, inregelen) door een installateur kost voor 100 m² doorgaans € 3.500 tot € 6.500. De spreiding is groot omdat het type systeem (gas, warmtepomp, hybride), het aantal groepen en de bereikbaarheid van de technische ruimte sterk verschilt per woning.

Praktische tip: laat de installateur de leidingen leggen vóórdat het beton gestort wordt, maar plan dat moment goed af met de betonner. Er zit een logistieke afhankelijkheid in die bij slechte afstemming makkelijk een week vertraging kost.

Wat kost een betonnen plaat van 20 x 20 meter?

Een betonplaat van 20 bij 20 meter is 400 m². Op basis van de prijsranges hierboven kom je voor alleen het storten (excl. sloop, isolatie en vloerverwarming) op € 18.000 tot € 28.000. Met wapening, isolatie en vloerverwarmingsleidingen erbij zit je eerder op € 35.000 tot € 55.000 voor het volledige pakket.

Bij dat soort oppervlakken speelt ook de dilatatie een rol: grote betonvloeren moeten in vakken gestort worden met krimpvoegen om scheurvorming te voorkomen. Dat voegt werk en materiaal toe aan de begroting.

Voor een snelle eerste schatting van jouw situatie kun je ook onze sloopkosten-calculator gebruiken als startpunt.

Dwarsdoorsnede van betonvloer storten met isolatie, vloerverwarming en wapening op werkbank
Een betonvloer met vloerverwarming bestaat uit meerdere lagen: zandbed, PE-folie, isolatie, wapeningsgaas en verwarmingsleidingen onder het beton.

De opbouw van een betonvloer met vloerverwarming

Een goed opgebouwde vloer bestaat uit meerdere lagen. Hieronder de standaard opbouw van onder naar boven, met per laag wat er precies speelt:

  1. Zandbed of puinlaag (10-20 cm): Dit is de fundering van de hele opbouw. Het zandbed moet goed verdicht zijn, anders zakt de vloer later ongelijkmatig weg. Bij een bestaande woning is dit de laag die na de sloop overblijft of opnieuw aangebracht wordt. Controleer altijd of er geen restpuin of organisch materiaal in zit.
  2. PE-folie (dampremmende laag): Deze folie voorkomt dat vocht uit de bodem omhoog trekt in de betonlaag. Zonder PE-folie loop je het risico op vochtschade aan de vloer en aan de afwerklaag erboven. De folie moet overlappen en aan de randen omhoog worden gevouwen langs de wanden.
  3. Isolatieplaten (EPS of PUR, minimaal 10 cm): EPS (piepschuim) is goedkoper en veelgebruikt. PUR biedt een hogere isolatiewaarde per centimeter, wat handig is als de ruimtehoogte krap is. Kies de dikte op basis van de gewenste Rc-waarde, niet op basis van wat er toevallig op de bouwplaats ligt.
  4. Wapeningsmat (stalen mat): De wapening verdeelt de belasting over de vloer en voorkomt scheurvorming. Bij grotere oppervlakken of zwaardere belasting (bijv. een werkplaats of garage) wordt soms dubbele wapening toegepast. De mat ligt op afstandhouders zodat hij in het midden van de betonlaag komt te zitten.
  5. Vloerverwarmingsleidingen: De leidingen worden met klemmen of beugels op de wapeningsmat bevestigd. De onderlinge afstand (steek) bepaalt de warmteafgifte: een kleinere steek geeft meer warmte per m². Gebruikelijk is 10 tot 20 cm steek, afhankelijk van de gewenste capaciteit. Laat de installateur dit berekenen op basis van het warmteverlies van de ruimte.
  6. Betonspecie (minimaal 5 cm boven de leidingen): De betonlaag wordt gestort en afgewerkt op hoogte. Bij vloerverwarming is een minimale dekking van 5 cm boven de leidingen noodzakelijk voor een goede warmteverdeling. Te weinig dekking geeft strepen in de vloer: warme en koude zones die je voelt en soms ook ziet.
  7. Afwerklaag (optioneel): Tegels, plavuizen, een gietvloer of een betonlook-toplaag. Let op: niet elke afwerklaag is geschikt voor vloerverwarming. Hout en dikke kurk isoleren te veel en verminderen de warmteafgifte. Kies bij voorkeur tegels, steen of een dunne gietvloer.

De totale opbouw zonder afwerklaag zit al snel op 20 tot 25 cm. Bespreek dat vroeg in het verbouwingsproces met je aannemer of constructeur, zeker als je te maken hebt met vaste drempelhoogtes of aangrenzende ruimtes op een ander niveau.

Projectvoorbeeld: betonvloer met vloerverwarming in een jaren-30 woning in Tilburg

Om te laten zien hoe dit in de praktijk uitpakt, een concreet voorbeeld uit ons werk.

Een klant in Tilburg had een jaren-30 tussenwoning met een originele betonvloer van 8 cm dik, zonder isolatie en zonder vloerverwarming. De woning werd volledig gerenoveerd en de nieuwe eigenaar wilde vloerverwarming op de begane grond (woonkamer en keuken samen, 42 m²).

De situatie voor de sloop: De oude vloer lag op een puinlaag van wisselende dikte. Op sommige plekken zat er nog oud puin van een eerdere verbouwing onder. De vloer was niet gewapend, maar wel erg hard door de leeftijd. Breekwerk was noodzakelijk.

Wat er uitkwam: Per m² leverde de sloop gemiddeld 160 kg puin op. Voor 42 m² was dat ruim 6.700 kg aan materiaal. Na afvoer bleek de ondergrond ongelijk: hoogteverschillen tot 4 cm over het oppervlak. Dat moest eerst gecorrigeerd worden met een egaliserende zandlaag voor er verder gewerkt kon worden.

De nieuwe opbouw: 12 cm EPS-isolatie (Rc 3,6 m²K/W), wapeningsmat, vloerverwarmingsleidingen op 15 cm steek, en 8 cm beton erover. Totale opbouwhoogte: 20 cm. Dat was 4 cm meer dan de klant aanvankelijk had ingerekend, wat aanpassing van twee binnendeurdrempels vergde.

De kosten: De klant had vooraf gerekend op zo’n € 6.000 voor het geheel (sloop plus storten plus leidingen). Het werkelijke bedrag kwam uit op € 8.400, inclusief de egalisatielaag en de drempelaanpassingen. Het verschil zat hem niet in het storten zelf, maar in de onverwachte staat van de ondergrond na de sloop. Dat is een patroon dat we vaker zien bij oudere woningen: de vloer ziet er van boven solide uit, maar wat eronder zit is onbekend tot je erin duikt.

Planning: De sloop duurde één dag. De egalisatie en het laten uitharden van het zandbed kostten twee extra dagen. De installateur legde de leidingen op dag vier. Het storten zelf was op dag vijf afgerond. Totale doorlooptijd: één week, inclusief wachttijd voor de betonner.

Veelgemaakte fouten bij betonvloeren na sloop

De meeste problemen bij betonvloeren ontstaan niet tijdens het storten, maar in de keuzes ervoor. Hieronder de fouten die we het vaakst tegenkomen.

Isolatie te dun kiezen om hoogte te sparen

Begrijpelijk: elke centimeter telt in een bestaande woning. Maar een isolatielaag van 6 cm EPS haalt een Rc-waarde van ongeveer 1,5 m²K/W. Dat is de helft van wat het Bouwbesluit voorschrijft voor nieuwe situaties. Je vloer voldoet dan niet aan de norm, en je betaalt jarenlang meer stookkosten. Kies liever voor PUR als de ruimte krap is: dat geeft een hogere Rc-waarde per centimeter.

De installateur te laat inplannen

De leidingen moeten er in vóórdat het beton gestort wordt. Dat klinkt voor de hand liggend, maar in de praktijk wordt de installateur regelmatig te laat gebeld. Resultaat: de betonner staat klaar, de installateur kan er pas over twee weken bij. Kostbare vertraging. Plan de installateur in zodra de sloopfase is afgerond, niet pas als de betonner al een datum heeft.

Geen rekening houden met droogtijd

Vers gestort beton heeft tijd nodig om te drogen voor je er een afwerklaag op kunt leggen. Als vuistregel geldt: 1 cm beton droogt in ongeveer 1 week bij normale omstandigheden. Een vloer van 8 cm heeft dus minimaal 8 weken nodig. Vloerverwarming mag pas ingeregeld worden als de vloer voldoende droog is, anders riskeer je scheurvorming. Sommige aannemers bieden versneld drogen aan met speciale betonmengsels, maar dat brengt extra kosten met zich mee.

Geen krimpvoegen plannen bij grote oppervlakken

Beton krimpt tijdens het uitharden. Bij grote aaneengesloten vloeren leidt dat onvermijdelijk tot scheuren, tenzij je krimpvoegen aanbrengt. De vuistregel is: één voeg per 25 tot 30 m², of bij elke hoek en vernauwing. Vergeet je de voegen, dan bepaalt het beton zelf waar het scheurt. Dat is zelden op een handige plek.

Geen PE-folie of folie verkeerd leggen

PE-folie is goedkoop en snel gelegd, maar het wordt regelmatig overgeslagen of slordig aangebracht. Scheuren in de folie, te weinig overlap of folie die niet omhoog gevouwen is langs de wanden: het vocht vindt altijd een weg. Zeker bij oudere woningen met een hoge grondwaterstand is dit een risico dat je niet wilt nemen. Controleer de folie voor het storten begint.

Twee bouwvakkers controleren de afwerking van een betonvloer storten met waterpas, inclusief voorbereiding voor
Bij het storten van een betonvloer is nauwkeurige controle essentieel voor een vlakke ondergrond, vooral bij vloerverwarming.

Veelgestelde vragen op een rij

Kan ik vloerverwarming op een betonvloer storten?

Ja, en het is zelfs de meest gangbare methode. De leidingen worden op de isolatielaag of wapeningsmat gelegd en daarna ingegoten met beton. De betonlaag geleidt warmte goed en houdt die warmte ook vast, wat het systeem efficiënter maakt dan vloerverwarming in een houten vloer.

Wat kost een betonvloer met vloerverwarming per m²?

De totale kosten voor een betonvloer inclusief isolatie, wapening en vloerverwarmingsleidingen liggen tussen de € 80 en € 140 per m². Daarin zit nog geen sloopwerk en geen aansluiting op de cv-installatie. Met die posten erbij kom je voor een complete installatie op € 120 tot € 200 per m², afhankelijk van de situatie.

Wat kost 100 m² beton storten?

Alleen het storten van de betonlaag (excl. sloop, isolatie en vloerverwarming): € 4.500 tot € 7.000 voor 100 m². Met isolatie en vloerverwarmingsleidingen erbij reken je op € 8.000 tot € 14.000 voor hetzelfde oppervlak.

Wat kost het aanleggen van 100 m² vloerverwarming?

De leidingen en het vastzetwerk alleen: € 1.500 tot € 3.000. De volledige installatie inclusief verdeler, aansluiting en inregelen: € 3.500 tot € 6.500. Laat dit altijd door een erkend installateur uitvoeren. De aansluiting op een warmtepomp of cv-ketel is geen doe-het-zelf-werk.

Welke Rc-waarde moet een vloer hebben?

Voor nieuwe woningen en ingrijpende renovaties schrijft het Bouwbesluit 2012[1] een minimale Rc-waarde van 3,5 m²K/W voor voor vloerisolatie. Bij een bestaande woning die je gedeeltelijk renoveert gelden soms andere eisen. Raadpleeg bij twijfel een constructeur of bouwfysisch adviseur. De ISSO-publicaties[2] geven technische richtlijnen voor de dimensionering van vloerisolatie en vloerverwarming.

Hoe lang duurt het voor een betonvloer droog genoeg is voor de afwerklaag?

Als vuistregel geldt 1 week per centimeter betondikte bij normale temperatuur en ventilatie. Een vloer van 8 cm heeft dus minimaal 8 weken nodig. Vloerverwarming mag pas worden ingeregeld als de vloer voldoende droog is. Sommige betonmengsels drogen sneller, maar dat heeft een prijskaartje. Laat je informeren door de betonner over de droogtijd van het specifieke mengsel dat gebruikt wordt.

Heb ik een vergunning nodig voor het storten van een nieuwe betonvloer?

In de meeste gevallen niet, als de constructie van de woning niet wijzigt. Maar als je een dragende vloer vervangt, de fundering aanpast of de vloerhoogte significant verandert, kan een omgevingsvergunning nodig zijn. Controleer dit vooraf bij jouw gemeente. Bij twijfel adviseert een constructeur of bouwkundig tekenaar wat wel en niet vergunningsplichtig is in jouw situatie.

Wat je vandaag al kunt regelen

Vier stappen voorkomen de meeste vertragingen bij dit soort klussen:

  1. Heldere opdrachtomschrijving: Leg vast wat er weg gaat, wat er nieuw komt en welke aansluitingen meegenomen moeten worden. Gebruik daarvoor eventueel de gratis sloop-tools om een eerste beeld te krijgen van het project en de kosten.
  2. Coördinatie sloper en betonner: Spreek vooraf af wie verantwoordelijk is voor de staat van de ondergrond na de sloop. Leg dat vast in de offerte, niet mondeling.
  3. Vergunningen vooraf regelen: Controleer bij je gemeente of een omgevingsvergunning nodig is, zeker als de constructie wijzigt.
  4. Installateur vroeg inplannen: Bel de installateur zodra de sloopfase gepland is, niet pas als de betonner al een datum heeft.

Wil je weten wat de sloopfase precies inhoudt voordat je offertes gaat aanvragen? Lees dan ook over het slopen van een zwevende betonvloer in een appartement als dat op jouw situatie van toepassing is, of bekijk een concreet voorbeeld via het project gewapend betonvloer verwijderd in Tilburg.

Kom je er zelf niet uit? Bel ons gerust op 085 303 5840. Advies kost niks.

Bronnen en referenties

  • Bouwbesluit 2012[1], Rijksoverheid: bepalingen voor vloerisolatie en Rc-waarden in woongebouwen.
  • ISSO-publicaties[2] (o.a. ISSO 49): technische richtlijnen voor vloerverwarming, dimensionering en isolatiewaarden.
  • NEN-normen[3] (o.a. NEN 1414): normen voor leidinginstallaties en vloerverwarmingssystemen in gebouwen.

Vragen over jouw klus?

Bel of app Adam. Eerste advies is gratis, ook als je geen klant wordt.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *